Natuur als oplossing

Voor een veilige, gezonde en welvarende toekomst van Nederland.

Tekst: Jaap Backx

Intensief gebruik van land en water heeft een historisch verlies aan biodiversiteit veroorzaakt. Het is tijd om ons hardop af te vragen in wat voor land we willen leven. Gaan we door op de huidige weg? Of durven we te kiezen voor een nieuwe koers, waarin mens en natuur elkaar versterken? Dat het slimmer en groener kan, bewijzen deze vier verhalen.

Natuurvriendelijk boeren

Wanneer Cornelis Mosselman in 2006 de boerderij van zijn ouders op Goeree-Overflakkee overneemt, belandt hij in de wereld van grootschalige akkerbouw. Een wereld van schaalvergroting, bulkproductie en zware oogstmachines. Al snel ziet hij dat dit geen houdbare weg is.

vooruitboeren.com

‘De kwaliteit van mijn grond ging hard achteruit en ik kreeg het gevoel dat ik elk jaar een stapje terug zette. Dat opende mijn ogen. Ik ben gaan nadenken over hoe ik mijn bedrijf toekomstbestendig kon maken.’

Door een deel van zijn land te verkopen, schept Mosselman financiële ruimte om voor de lange termijn te kiezen. Het is de start van een radicale transitie van traditioneel naar biologisch boeren. En naar zijn uiteindelijke droom: een van de natuurvriendelijkste akkerbouwbedrijven van Nederland worden.

Als eerste gooit hij het gif eruit. ‘Chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest onderdrukken het ecosysteem’, legt hij uit. Ook neemt hij afscheid van zware machines. ‘Die verdichten de bodem, waardoor de grond slecht bewerkbaar wordt. Ik ben overgestapt naar vaste, smalle rijpaden. Daarmee berijd ik slechts tien procent van mijn land.’ Tot zijn verbazing blijkt de bodem heel veerkrachtig. ‘In drie jaar tijd is mijn slechtste land veranderd in heerlijke grond die ik makkelijk kan bewerken en inzaaien.’

Zo min mogelijk aan de bodem zitten, is Mosselmans devies geworden. ‘Ik houd mijn land ook in de winter beplant. Daardoor heb ik veel minder last van periodes van droogte of heftige regen dan toen ik het nog ploegde.’ Zijn laatste grote aanpassing is de overgang van monocultuur naar strokenteelt. ‘Ik zaai meerdere soorten gewassen naast elkaar in stroken. Dat is goed voor de biodiversiteit en het natuurlijk evenwicht.’

Mosselmans ervaringen sterken hem in zijn overtuiging dat het huidige Nederlandse landbouwmodel niet toekomstbestendig is. ‘Het kan en moet echt anders.’ De boerenprotesten tegen verandering begrijpt hij, maar het zijn volgens hem wel achterhoedegevechten. ‘Je bereikt er niets mee. Een flink deel van de boeren wil echt wel vooruit, maar ze weten vaak niet hoe. Of ze kunnen het niet betalen, want omschakelen naar een innovatief en natuurvriendelijk bedrijf kost een vermogen. Die investering kun je niet bij de boeren alleen neerleggen. Als we ons landbouwmodel écht willen verduurzamen, zullen we als agrariërs, politiek en burgers samen moeten optrekken.’

Herstel van schelpdierriffen

In 2015 duikt marien bioloog Emilie Reuchlin in het Noordzeegebied de Borkumse Stenen, boven Schiermonnikoog. Met andere biologen vindt ze daar fossiele platte oesters.

WWF / ARK / Onderwaterbeelden.nl

Dat is op zich niet vreemd, want aan het eind van de negentiende eeuw bestond de Nederlandse Noordzeebodem voor ongeveer dertig procent uit oesterriffen. Die zijn grotendeels verdwenen door overbevissing en deels door ziektes. Erg vervelend, want wat koraalriffen zijn voor tropische zeeën betekenen oesterriffen voor de Noordzee: een natuurlijke kustverdediging en een kraamkamer en schuilplaats voor allerlei soorten. De soortenrijkdom op en rond schelpdierriffen is minstens zestig procent groter dan die op nabijgelegen zandbodems.

Omdat de kans verwaarloosbaar is dat oesterriffen uit zichzelf terugkeren in de Noordzee, werkt WWF samen met diverse partners aan herstel. Na succesvolle experimenten in de relatief ondiepe Voordelta, vond Reuchlin het tijd voor een sprong in het diepe: een nieuw oesterrif in de diepere Noordzee. De vondst van de fossiele oester bij de Borkumse Stenen leidt haar naar dat gebied. ‘Maar het feit dat daar ooit grote oesterriffen lagen, betekent niet dat herstel automatisch slaagt’, benadrukt ze.

Enkele Nederlandse vissers helpen bij het vinden van een geschikte plek. Duizenden wilde platte oesters uit Noorwegen en een aantal 3D-geprinte zandstenen rifstructuren vormen de basis voor het rif. Daarop kunnen verschillende soorten zich hechten. ‘Wij legden de basis en de natuur bouwt erop verder’, zegt Reuchlin. ‘Tot nu toe leveren de riffen goede resultaten op. Ze zitten vol anemonen, koralen en schelpdieren. En ook de oesters op de Noordzeebodem doen het goed. Sinds 2018 hebben we groei en een nieuwe generatie waargenomen. Als dit blijft doorgaan, ontstaat een oesterrif dat zichzelf in stand houdt.’

Hoewel de eerste jaren van het project veelbelovend zijn, kunnen we nu nog niet zeggen of de oesterriffen zich zullen gaan verspreiden. ‘Om dit project verder te helpen, zijn extra investeringen en een beschermde status voor schelpdierriffen hard nodig. Natuurherstel is een kwestie van lange adem.’

Dubele Dijken

Nederland is wereldberoemd om zijn polders en dijken. Al zo’n achthonderd jaar houden we met wisselend succes de zee buiten de deur. Maar de huidige, relatief veilige status quo staat onder druk door een gestaag stijgende zeespiegel.

©Gerhard van Roon

‘De dreiging van klimaatverandering voor de toekomst van ons land wordt steeds reëler’, zegt professor Tjeerd Bouma, onderzoeker aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Automatisch denken mensen dan meteen aan puur technische oplossingen als hogere dijken, maar het is de vraag of je het probleem daarmee op lange termijn oplost. Bouma: ‘Dan wordt Nederland een fort, waarbij de polders achter de dijk in een steeds diepere badkuip komen te liggen. De diepte van die badkuip is nu nog net te overzien, maar de vraag is of dat met een verder stijgende zeespiegel houdbaar blijft. En of zo’n situatie eigenlijk wel wenselijk is.’

Om inzicht te krijgen in alternatieve oplossingen, bestudeerden Bouma en andere onderzoekers enkele historische Nederlandse watersnoodrampen met veel dijkdoorbraken. Daarbij ontdekten ze dat gebieden met een hoog opgeslibde en met planten begroeide zone voor de zeedijk beter bestand zijn tegen heftige dijkdoorbraken. ‘Met minder natuur had de ramp van 1953 waarschijnlijk aanzienlijk meer slachtoffers gemaakt’, concludeert Bouma.

De studie biedt waardevolle inzichten voor de waterveiligheidskeuzes waar we als land voor staan. Op basis van zijn onderzoek ziet Bouma veel in een systeem van dubbele dijken met opslibbende wisselpolders. ‘Dat wil zeggen dat je op kwetsbare plekken langs de kust parallel aan de zeedijk een extra dijk bouwt. Vervolgens laat je het water via een opening in de eerste dijk gecontroleerd binnen. Het sediment zorgt vervolgens voor een natuurlijke ophoging van het achterland.’

In het begin is zo’n polder heel laag en alleen geschikt voor de teelt van bijvoorbeeld mosselen en oesters. In de loop der jaren wordt het een schor die aantrekkelijk is voor vogels. En zodra de polder helemaal hoog is opgeslibd, wordt hij weer geschikt voor landbouw. ‘Door gebruik te maken van natuurlijke processen ontstaat zo een hooggelegen, veilig en gemêleerd landschap met meer natuur, meer toerisme en kansen voor landbouw’, aldus Bouma. ‘Op basis van ons onderzoek denken we dat er veel voordelen aan deze oplossing zitten, maar het idee staat nog wel in de kinderschoenen. Het is van groot belang dat er snel een serieus proefproject komt.’

Levende rivieren

Tussen Nijmegen en de Duitse grens ligt het ruigste rivierenlandschap van Nederland. ‘s Zomers struin je er door velden met bloemen en al wandelend door graslanden en bossen kun je zomaar een kudde wilde konikpaarden tegenkomen.

Voor Irma Melse, zoetwateradviseur van het Wereld Natuur Fonds, is de Gelderse Poort het meest tot de verbeelding sprekende resultaat van een kwart eeuw goed rivierenbeleid. Het startpunt van dat beleid was het Plan Levende Rivieren uit 1994. ‘De kern van het verhaal is dat we in Nederland de afgelopen 25 jaar de rivieren meer ruimte hebben gegeven’, legt Melse uit. ‘Daardoor is er 15.000 hectare riviernatuur bijgekomen, is de waterkwaliteit verbeterd en zijn soorten als de zeearend, otter en bever teruggekeerd.’

Als het aan Melse ligt, gaan we de komende 25 jaar door op de ingeslagen weg. ‘De riviernatuur is verbeterd, maar nog wel erg versnipperd. Met trekvissen als de steur, zalm en paling – die afhankelijk zijn van het héle ecosysteem – gaat het superslecht.’

En er zijn meer uitdagingen die om oplossingen vragen. Klimaatverandering zorgt voor grotere weersextremen als droogte en overstromingen. En de toenemende bodemerosie heeft grote gevolgen voor zowel de binnenvaart als de natuur.

Bij die enorme uitdagingen kan de rivier een belangrijke bondgenoot zijn, denkt Melse. ‘In plaats van hem tegen te werken met kribben en dijken, kunnen we veel beter zijn natuurlijke DNA voor ons laten werken. Erosie ga je bijvoorbeeld tegen door uiterwaarden natuurlijker in te richten met nevengeulen die altijd meestromen. Daardoor gaan rivieren trager stromen, waardoor in de vaargeul minder zand wegschuurt.

Bovendien is zo’n flexibel, natuurlijk systeem veel beter ingesteld op de gevolgen van klimaatverandering. Door dit soort ideeën voor natuurontwikkeling te koppelen aan technologische innovatie, kunnen we onze rivierdelta ook in de toekomst levendig, aantrekkelijk én optimaal bevaarbaar houden.’

Jouw stem is belangrijk

Onze natuur verdwijnt, soms zonder dat we het in de gaten hebben. Hoe onze wereld er hierna uit komt te zien bepalen we samen. Teken daarom de petitie Voice for the Planet en geef natuur een stem!