De angst voorbij

Aglaia Bouma overleed bijna door een wespensteek en werd daarna bang voor alles op zes pootjes. Die angst overwon ze en nu wil ze als entomoloog en schrijfster laten zien hoe bijzonder de dieren zijn. ‘Mijn boodschap is: leer insecten beter kennen.’

Tekst: Elena van Doorn

Op haar zeventiende brengt Aglaia Bouma haar vakantie door in de bergen met haar toenmalige vriendje. Plotseling vliegt een Europese hoornaar tegen haar borst. ‘Dat is een grote wesp, dus ik probeerde haar meteen van me af te duwen. En toen stak ze, een keer of zes. Dat was te veel voor mijn lichaam. Het werd steeds donkerder voor mijn ogen en ik werd wakker in het ziekenhuis met een anafylactische shock. De arts zei: “Mevrouw, u had niet veel later binnen moeten komen. Dan was u er niet meer geweest.” Vanaf dat moment vond ik wespen eng. Uiteindelijk werd ik bang voor alles met zes pootjes. Vooral als het vloog.’

Bio

1970 Geboren in Almelo

1988 Raakt in anafylactische shock na hoornaarsteek

2000 Bezoek aan Naturalis. Het bekijken van een dode hoornaar moet haar helpen van haar fobie af te komen

2020 Haar boek Insectenrijk komt uit

2020 Veldonderzoek naar loopkevers in duinen

2021 Column in NRC

 

Van fobie naar fascinatie

Om haar fobie te overwinnen begint Aglaia de diertjes te bestuderen. Inmiddels is haar fobie omgeslagen in een fascinatie voor entomologie. Ze schreef er zelfs een boek over, Insectenrijk. ‘Juist omdat ik zelf zo bang ben geweest, wil ik anderen informeren. Mensen pakken het vliegtuig naar verre bestemmingen om natuur te zien, terwijl vlak onder je neus – in je eigen tuin, op je eigen balkon – de meest bijzondere beestjes te vinden zijn.’ Als voorbeeld noemt ze bladluizen. ‘Veel mensen vinden die vies en willen er zo snel mogelijk vanaf. Maar wat de meesten niet weten, is dat vrouwtjesbladluizen niet hoeven te paren. Ze leggen geen eitjes zoals de meeste insecten, maar baren levende dochters. En wat nog mooier is: die dochters zijn dan al zwanger van hun eerste dochter. Mieren hoeden de bladluizen als een soort vee voor hun honingdauw. Dat is de overmaat aan suikers die de bladluizen uitscheiden. Dat is toch waanzinnig? Natúúrlijk wil ik dat aan mensen vertellen. Dan denken ze misschien twee keer na voordat ze bladluizen op hun planten bestrijden. Die plant kan er wel tegen.’

‘Juist omdat ik zelf zo bang ben geweest, wil ik mensen informeren’

 

Onbekend maakt onbemind

Graag zou Aglaia zien dat anderen ook wat meer van insecten gaan houden. Zeker omdat we momenteel massaal soorten en hoeveelheden verliezen. ‘Al vind ik het jammer als het enige argument voor insecten is dat ze vogelvoer zijn. Of dat ze onze gewassen bestuiven. Ze zouden ook moeten mogen bestaan zonder dat ze een doel dienen.’ Door haar ontdekkingen te delen, hoopt ze een verandering in bewustzijn bij anderen aan te wakkeren. ‘Als je insecten een beetje snapt, zijn ze niet zo eng meer. Wanneer je weet dat wespen facetogen hebben, dan weet je ook dat ze jou pas zien als je flink begint te wapperen. Dan denken ze: hé, een vlieg. Dus blijf vooral stilzitten. En als je dan toch stil zit, bekijk haar meteen. Dan zie je ineens een heel sierlijk dier met vier dunne vleugels en een prachtige taille.’

Buitenmens

Wie Aglaia uit haar jeugd kent, zal zich verbazen over haar liefde voor de natuur. ‘Ik ben helemaal niet groen opgevoed. Ik was een echt stadskind uit Almelo, maar dat is inmiddels wel anders’, lacht ze. Tegenwoordig brengt ze haar tijd liever buiten door. Zo draagt ze bij aan veldonderzoek naar loopkevers in de duinen van Scheveningen. De zomer – wanneer de insecten hun hoogtepunt van het jaar beleven – is haar favoriete seizoen. ‘In juni loop ik de hele dag met een net buiten. Elke twee meter sta ik stil als ik aan het wandelen ben.’ Dat ze door een bekkenbreuk afgelopen winter enkele maanden binnen zat, viel haar erg zwaar. ‘Dat was een ramp, echt een ramp. Ik merk dat ik inmiddels een door en door buitenmens ben geworden. Gelukkig hoef je voor de natuur niet ver. In je eigen omgeving gebeurt er al heel veel. Soms hoef je niet eens de drempel over.’

Koningin in koelkast

Dat laatste is in Aglaia’s geval zeker waar. Afgelopen winter overwinterde er een wespenkoningin in haar koelkast. ‘Ze had een plekje gevonden in de plooien van mijn gordijn, toen het nog koel was. Toen ik de verwarming aanzette, werd ze wakker en vloog ze ineens door mijn huiskamer. Haar buiten zetten zou een te grote shock zijn geweest – het vroor toen flink. Op een koele, droge plek kan ze overwinteren. Een schuurtje bijvoorbeeld, alleen heb ik dat niet. Toen heb ik haar in een potje met een tissue in de koelkast gezet. Ze gaat dan in diapauze. Dat is een heel specifieke houding met de vleugels onder zich en haar antenne strak tegen haar kop. Heel schattig. Eind maart, begin april – toen het warm genoeg werd – heb ik haar vrijgelaten.’ Ondanks haar trauma zijn sociale wespen – juist die waar de meeste mensen een hekel aan hebben – nu Aglaia’s favoriete insecten. ‘Mijn boodschap is: leer insecten beter kennen. In jouw omgeving leven de meest bijzondere wezens met fascinerende levensstijlen en bizarre eigenschappen. Als je eenmaal weet wat er allemaal gebeurt, sla je steil achterover.’