Gevarendriehoek

Nergens ter wereld is het onderwaterleven zo rijk als in de Koraaldriehoek.
Maar als we niet snel in actie komen, wordt de schatkamer van de
wereldzeeën bedekt onder een berg plastic. Reis mee naar Zuidoost-Azië en
leer meer over de gevaren en oplossingen. Tekst Jaap Backx, beeld: Vincent Kneefel

Op een uurtje varen van Bali ligt Nusa Penida, een bounty-eiland met een wonderbaarlijk onderwaterleven. Als je geluk hebt, spot je er manta’s: roggen met een spanwijdte tot wel zeven meter en heel intelligent.

Deze vissen kunnen zichzelf in de spiegel herkennen. ‘Volgens etenschappers zwemmen ze al miljoenen jaren rond in de oceaan en kunnen ze wel 50 jaar oud worden. Tussen hen duiken is de meest magische ervaring die ik heb meegemaakt’, zegt onderwaterfotograaf en natuurbeschermer Vincent Kneefel. Dit voorjaar nog kijkt hij ademloos naar een groep manta’s die boven het rif bij Nusa Penida zweven. Maar als ze naar de oppervlakte komen, wordt de betovering verbroken. Een stuk folie blijft aan de vleugel van een manta hangen en hij begint heftig heen en weer te schudden om het kwijt te raken. ‘Voor roggen kan aanraking met plastic heel schadelijk zijn, omdat het hun beschermende slijmlaag aantast’, legt Vincent uit. Het wordt nog erger als hij verderop in het water een enorme soep van bekertjes, rietjes en tassen ziet drijven. ‘Dat was hartverscheurend. Manta’s filteren veel water om voedsel binnen te krijgen. Daardoor wist ik dat de kans groot was dat ze dat plastic zouden binnenkrijgen en daardoor verhongeren.’

Schatkamer wereldzeeën

In de bijna twintig jaar dat Vincent duikt, zag hij de oceanen veranderen. ‘Waar ik in het begin amper plastic tegenkwam, zwerft het nu bijna overal rond. Van de Noordzee tot afgelegen poolgebieden en de Koraaldriehoek, waar Nusa Penida ligt. Plastic heeft een enorme impact op het zeeleven. Dieren kunnen erin stikken of verstrikt raken en het beschadigt koraalriffen.’

Als adviseur van het WWF-oceanenteam is het zijn missie om de zeeën schoner en gezonder te krijgen. Zijn belangrijkste werkgebied is de Koraaldriehoek. Deze tropische oceaan tussen Indonesië, Maleisië, de Filipijnen en de Salomonseilanden is de rijkste zee ter wereld. ‘Nergens is de biodiversiteit onder water groter dan hier’, zegt Vincent. ‘Er levendrieduizend verschillende vissoorten en je vindt er driekwart van alle koraalsoorten.’

Door de overvloed aan koraal wordt deze oceaan ook wel de schatkamer van de wereldzeeën genoemd. ‘Koraal is een natuurlijke voedselbank en geweldige verstopplek voor jonge vissen. Voor een kwart van het leven in zee is de Koraaldriehoek hun paai- en geboortegrond; zij zijn afhankelijk van deze riffen. Dit maakt dit stuk oceaan extreem belangrijk voor het nonderwaterleven op de hele planeet.’

Gigantische afvalstroom

Helaas bevindt dit epicentrum van biodiversiteit zich in de nabijheid van het dichtstbevolkte stuk aarde. Want als je om de Koraaldriehoek een wat grotere cirkel zet, komen ook China en Zuidoost-Azië in beeld. In al die landen samen woont ruim de helft van de wereldbevolking. Dat leidt tot overbevissing, massatoerisme én een gigantische afvalstroom. China, Indonesië, de Filipijnen, Vietnam en Thailand zijn samen verantwoordelijk voor meer dan vijftig procent van de plasticsoep in onze oceanen. Het milieu heeft geen prioriteit en er is een beroerde afvalverwerking. Journalist Michel Maas, die achttien jaar correspondent was in Zuidoost-Azië, zag het met eigen ogen. Afgelopen januari maakte hij een reportage over een rivier net buiten Jakarta. ‘Die was totaal overdekt door een halve kilometer lange plastic koek. Na vijf dagen scheppen met graafmachines bleek er geen water onder het afval te zitten, maar een laag stinkende, dode drek.’ Het is een jaarlijks terugkerend probleem, weet hij. ‘Mensen smijten tijdens droge periodes stroomopwaarts hun vuilnis in de bedding. Zodra het regenseizoen begint, spoelt alles los en ontstaan er overal verstoppingen.’

Ingrijpende systeemverandering

Uiteindelijk stroomt het plastic met miljarden kilo’s per jaar in de oceaan. ‘Het probleem is dat plastic in zo veel producten is verwerkt en dat er in die regio geen ophaaldiensten en afvalverwerkingsstations zijn’, zegt Vincent Kneefel. ‘Het is tijd voor een ingrijpende systeemverandering. Overheden en bedrijven moeten hun verantwoordelijkheid nemen en het is daarnaast van groot belang dat er een internationaal verdrag tegen plasticvervuiling komt.’ Het opruimen van de 150 miljard kilo afval die nu al in de oceanen zwerft, is volgens Vincent voorlopig technisch moeilijk haalbaar en bovendien erg duur. ‘Het is veel efficiënter om de afvalkraan dicht te draaien. Maar ook dat wordt moeilijk, want naar verwachting zal de komende tien jaar het plasticgebruik in Azië met veertig procent toenemen.’

Gelukkig begint volgens Michel Maas ook in Indonesië het besef door te dringen dat er iets moet veranderen. ‘Schokkende beelden van bergen plastic op Balinese stranden hebben het land wakker geschud. De overheid heeft beleid gemaakt om wegwerpplastic te verminderen en het koffietentje bij mij om de hoek in Jakarta is gestopt met het verstrekken van rietjes. Dat zijn kleine, maar belangrijke stappen. Je moet niet vergeten dat wij in Nederland – een veel welvarender land – er decennia over hebben gedaan om beter om te gaan met het milieu. We kunnen niet verwachten dat Indonesië van de een op de andere dag op hetzelfde niveau zit.’

Praktische plannen

Volgens Michel Maas kun je verbeteringen in eerste instantie het best op lokaal niveau zoeken. ‘De meeste Indonesiërs zijn arm. Geld en eten zijn belangrijker dan milieu en plasticsoep. Je zult echt naar steden en dorpen toe moeten met praktische plannen waarvan de mensen het liefst ook zelf een beetje beter worden.’ Dit sluit aan bij de filosofie van het Plastic Smart City-project, waarin WWF samenwerkt met vijf landen rondom de Koraaldriehoek.

Het doel is dat er vanaf 2030 geen plastic meer in de natuur terechtkomt. ‘We bieden concrete hulp op lokaal niveau, zodat gemeentes ophaaldiensten en recycling kunnen optuigen’, legt Vincent Kneefel uit. Hij beseft dat het een project van de lange adem wordt. ‘Maar er zijn al succesjes. In Labuan Bajo, een toeristisch stadje bij Komodo National Park, was eerst helemaal geen afvalverwerking.

Samen met de lokale overheid heeft WWF Indonesië een afvalplan gemaakt. Dat betekent vooruitgang.’ En vooruitgang betekent volgens Vincent hoop. ‘Het is belangrijk om positief te blijven. Afgelopen februari spoelde een dode walvishaai aan in Maleisië. Het zeven meter lange dier bleek te zijn gestorven door één plastic tasje in de maag. Het feit dat een stom zakje de grootste vissoort op aarde kan doden, kan je moedeloos maken. Maar je kunt er ook iets anders uithalen, namelijk dat wij allemaal onderdeel zijn van dit verhaal. Dat we er als mensen voor kunnen kiezen om dat plastic tasje níet te gebruiken en dat je eigen gedrag verschil kan maken.

Zo verandert dat afschuwelijke beeld van die verhongerde walvishaai in een metafoor voor hoop. En hoop hebben we nodig, want als we de schoonheid en rijkdom van onze oceanen voor onze kinderen willen bewaren, kunnen we niet bij de pakken neerzitten.’

Free the Sea

Het milieubureau van de Verenigde Naties produceren we wereldwijd elk jaar 400 miljoen ton plastic afval. Zo’n 8 miljoen ton hiervan komt in zee terecht. Met fatale gevolgen voor (wal)vissen, schildpadden en zeevogels. Dat kan anders, dat moet anders. In de Free The Sea-campagne laat het Wereld
Natuur Fonds zien hoe iedereen een steentje kan bijdragen. Bijvoorbeeld door de petitie te tekenen, zelf in actie te komen of gewoontes te veranderen. Ook meedoen? Neem een kijkje op freethesea.nl.

Lees verder in het digitale magazine

Interview: Armin van Buuren
Interview: Armin van Buuren
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Column: Janouk Kelderman
Column: Janouk Kelderman